Om een Mens te zijn

Photo by Alena Antonova

Ich bin gern Patriot, aber vorher Mensch, und wo beides nicht zusammengeht, gebe ich immer dem Menschen recht.

Hermann Hesse

Toen ik hem voor het eerst ontmoette, bemerkte ik meteen het verschil tussen ons. Het verschil in de culturen en de talen die ieder van ons van kinds af aan sprak, sprong in het oog, maar stond niet tussen ons in. Ik erkende onze ongelijkheid vanaf het eerste begin. Al ver voor de feitelijke kennismaking kende ik hem al en ik was bereid om in de eerste plaats zelf te veranderen. Ik had immers besloten naar hem toe verhuizen. Hij deed overigens niet zijn best om mij te veranderen, maar gaf me op allerlei manieren te kennen dat hij me zou accepteren zoals ik was. En ik streefde ernaar dichter bij hem te komen en stelde mezelf als doel om in zijn taal te praten – iets wat hij nooit van mij had geëist, maar hij was zichtbaar blij met mijn Oekraïens. Wij doorliepen samen verschillende ontwikkelingsstadiums van onze verhouding en persoonlijke ontwikkeling. Uiteindelijk heeft hij me erg geholpen, meestal via andere mensen, om niet de aandacht op zichzelf te vestigen.

Toen ik op een ochtend koffie zette of iets dergelijks, betrapte ik mijzelf voor een moment op de gedachte dat in de twee jaar van ons samenzijn hij mij compleet had geheeld. Hij had mij genezen van eerdere ervaringen en teleurstellingen. Hij was gewoon altijd dichtbij, wat er ook maar gebeurde en wat ik ook maar voelde. Hij hield van mij en ik van hem. Het leek alsof dat eeuwig zou duren.

Zo leidden we nog een jaar of twee een ongestoord bestaan. Ik maakte reizen naar het buitenland, ontdekte nieuwe gebieden. Ook ging ik enkele maanden naar mijn geboortestreek, maar verloor hierbij nooit het contact en kwam altijd terug, wetende dat hij op mij wachtte.

Eind 2013 en begin 2014 maakten we een grote crisis door. We gingen samen naar Kiev. We hielden elkaar stevig vast en maakten allebei hetzelfde mee. Mijn houding ten opzichte van hem veranderde zelfs een beetje na alles wat we meemaakten. Ik ontdekte een nieuwe kant van hem, een innerlijke kracht. Hij bleef moedig en hielp tegelijkertijd vele anderen. Hij was mijn held. Ik begon zelfs te denken dat er niets tussen ons in zou kunnen komen te staan. Ik wilde hem verzekeren dat ik hem nooit in de steek zou laten, maar heb dit niet op tijd kunnen zeggen. Ik was opnieuw op reis toen ik dit voelde. Ik was ver weg. In plaats daarvan begon ik in te zien dat er tussen ons een afstandelijkheid ontstond. Niet in de ruimte, maar op een ander vlak.

Alles veranderde compleet met de komst van haar. Zonder na te denken, boekte ik gelijk een vliegticket en keerde naar hem terug. Ik wilde hem niet verliezen. Datgene verliezen wat er tussen ons was. Voor geen goud. Hoewel we elkaar slechts iets meer dan een maand niet hadden gezien, was hij was echter totaal veranderd. Hoe kon zij hem zo snel beïnvloeden? Waarom had zij zo’n macht over hem? Ik kon het niet begrijpen. Niet alleen hijzelf was veranderd, maar ook zijn verhouding tot mij. Hij was plots in zichzelf gekeerd, zwijgzaam en zelfs van me vervreemd. Hij sloot zich van me af, was kil en bij tijden vijandig. Ik kon hem op geen enkele manier bereiken. Ik zag dat er tussen ons onbegrip groeide, dat er een kloof ontstond. Ook zag ik dat ik dat op geen enkele manier kon veranderen.

Photo by Alena Antonova

Voor de eerste keer voelde ik dat ik anders was. Niet zoals hij. Hij zei dat niet direct, maar hintte daar op allerlei manieren op, alsof hij me verweet waar ik vandaan kom. Ik begon me ook voor hem af te sluiten. Ik sloot me op in de badkamer en huilde zachtjes in de tijd dat zijn vijandigheid zich transformeerde tot wreedheid. Deze wreedheid strekte zich niet over mij uit. Nee, hij zou zich dat niet hebben toegestaan. Hij was ingehouden beleefd naar mij toe. Hij hield hij zich op afstandelijke wijze in. Maar ik wist ook hoe hij omging met anderen, mensen zoals ik, migranten uit de Donbas. Met velen was hij al niet meer terughoudend. Daarbij handelde hij nooit zelf, maar altijd via iemand, waardoor het onmogelijk was hem direct ergens van te beschuldigen. Hij stopte met mij in de ogen te kijken, wilde mijn pijn vermengd met verdriet niet zien. Hij keek door de ogen van anderen en in die ogen las ik verwijten, verachting en soms haat en woede. Op de tramhaltes, in de winkels of zelfs in de bus hoorde ik dat alles de schuld was van mensen zoals ik. Als wij er niet geweest zouden zijn dan zou dit alles er niet geweest zijn. Dan zouden ze niet honderden mannen hebben meegenomen, zouden ze vaders niet van kinderen hebben weggenomen en al te jonge zonen niet van de moeders vandaan. Ze zouden hen niet naar een zekere dood hebben gestuurd. Wij waren schuldig aan alle misdaden van de voormalige president want wij hadden hem immers verkozen. Dientengevolge verdient iedereen die daar vandaan komt verachting en vervolging. Waarom waren wij in vredesnaam hiernaar toe gekomen en niet daar omgekomen?

Ik had nooit gedacht dat hij zich aan zoiets over zou geven: mensen veroordelen aan de hand van hun territoriale aanhorigheid. Iedereen behalve hij. Hij is immers niet als alle anderen, hij is bijzonder. Ik had al gehoord over verschillende gevallen in andere steden, waarbij men de banden had doorgeprikt van auto’s met nummerborden uit Loegansk of auto’s met verf had overgoten. Dat men bewoners uit de Donbas niet aan wilde nemen voor werk of hen geen woonruimte wilde verhuren. Ik kon dit in andere steden begrijpen, maar niet in hem. Hij kende mij zo goed, wist dat wij allen gelijk waren. Hoe kon hij zo snel zijn relatie met mij veranderen?

Ik begreep ook heel goed dat zij alleen overal schuldig aan was. Ik haatte haar, maar desondanks kon ik haar niet verbannen uit ons leven. Ik hoopte dat ze gauw zou weggaan en dat alles dan zou zijn als vroeger. Het zou misschien wel anders zijn, maar hij zou mij en andere bewoners uit het Oosten niet langer vijandig bejegenen. Hoe hij naar anderen is, heeft namelijk ook betrekking op mij. Toch nam zij op sluwe wijze bezit van hem. In die periode besloot ik bij een vriendin te gaan logeren. Ik kon de koude, onuitgesproken vijandschap tussen ons gewoon niet meer verdragen. Ik keerde in mezelf. Ik begon zelfs te geloven dat wij, bewoners van de Donbas, overal schuld aan hadden. Ik ging weinig naar buiten en sprak nauwelijks met mensen. Ik wilde naar huis, daarheen waar ik vandaan kom. Daarheen, waar iedereen hetzelfde is, iedereen hetzelfde als ik. Waar ik geen schuldgevoel heb. Maar daar kon ik ook niet heen. Daar wist iedereen van mijn relatie met hem. Voor hun was ik een verraadster. Voor hun hadden wij, pro-Oekraïners, nog veel meer schuld aan de hel, die plaatsvond op onze geboortegrond, op de aarde die ons had voortgebracht. Voortaan was ik ook nog voor mijn geboortestreek de vijand. Ik en anderen als ik, gedwongen en ongedwongen ontheemden uit de Donbas bleven steken tussen twee werelden, als het ware in een niet-zijn. Ik wilde oplossen in het niets, zomaar vertrekken, naar een plek waar niemand zou weten wie ik ben en waar ik vandaan kom of waar het tenminste niet uit zou maken. In plaats daarvan ging ik naar Kiev. In de trein loog ik als mijn reisgenoten mij vroegen “Waar komt u vandaan?”. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat ik me begon te schamen voor mijn afkomst. Of wellicht om mezelf te hoeden voor de gevolgen. En het was hij, die de oorzaak was van mijn vervreemding van mijn geboortegrond. Ik had hem immers tot dusver vertrouwd.

Mijn beste vrienden in Kiev kwamen uit Loegansk. Wij gaven aan elkaar het begrip en de acceptatie die in die tijd zo onontbeerlijk waren. Daarnaast waren we ons ook zelf bewust van de wetmatigheid van de ontstane situatie. De meerderheid van de ontheemden gaven zelf ook aanleiding voor de vijandelijkheid die er op dat moment tegen hen was. Maar wij moesten allemaal voor hen opdraaien. En ik begon er al over de denken om hem te verlaten en naar het buitenland te gaan. Niet omdat ik niet meer van hem hield. Nee. Mijn gevoelens naar hem zijn niet veranderd. Maar zijn onvriendelijkheid deed simpelweg teveel pijn.

Photo by Alena Antonova

Hij stopte met het toelaten van bewoners uit de provincies Loegansk en Donetsk in zijn woningen. Het stond met hoofdletters in de advertenties geschreven zodat deze mensen zelfs niet zouden proberen om op bellen. Ik twijfelde er niet aan dat hij voor mij nog wel een plekje zou vinden, al was het maar uit respect voor datgene wat wij samen hadden beleefd. Maar zoals hij met anderen omging, was voor mij net zo belangrijk als hij zich naar mij toe gedroeg. Op dat moment ging ik er dieper over nadenken. Terwijl ik de geschiedenis van de Joden van Oost-Europa bestudeerde, kwam ik te weten over de pogroms, over de deelname van Oekraïners en Russen aan de moordpartijen op plaatselijke Joden. Zonder het te willen bedacht ik me, probeerde ik me heel even voor te stellen, of dit zich zou kunnen herhalen. Niet met Joden, maar met vluchtelingen uit Oost-Oekraïne. Misschien niet nu, maar onder radicalere omstandigheden. Zou ook hij vervolgingen en dit soort vereffeningen uitvoeren? Zou hij ons dwingen een of ander speciaal kenmerk te dragen, waardoor wij makkelijker te identificeren zouden zijn? Zouden ze ons op straat bekogelen met stenen of de ramen kapotslaan… Ik wilde geloven dat zoiets zich reeds onmogelijk kon herhalen met Joden, andere nationale minderheden of mensen die gedwongen waren hun huis te verlaten.

Maar op dat moment hielden de buren mij in het trappenhuis tegen en hoorden me uit over wie ik was en waar ik vandaan kwam. Ik vertelde het met tegenzin en trachtte hen nog sneller te ontlopen, toen ze me zeiden dat kortgeleden de politie was langsgekomen. Deze vroeg wie er hier uit Loegansk of Donetsk kwam. Ik antwoordde hen dat ik niets wist en haastte mij het gesprek te beëindigen, terwijl ik bij mezelf dacht: Is er een heksenjacht begonnen? Ik wisselde van woonruimte. Gelukkig waren er nog mensen die niet keken naar mijn afkomst. Er zijn nog mensen die ons pvangen, zoals men ooit de Joden opving.

Mogelijkerwijs zou ik de gedachte dat hij daadwerkelijk in staat zou zijn tot wreedheid niet hebben toegelaten, ware het niet voor één feit. Het opschrift op een muur in het centrum van de stad: Lemberg macht frei. Er waren meerdere van zulke opschriften, maar in dit geval stond er in het midden een tekening, een directe verwijzing naar het portret van Hitler. En de tekening zelf verbaasde me niet eens, maar het feit dat hij daar nog steeds was. Dat wilde zeggen dat iedereen, inclusief de lokale autoriteiten, dit normaal vond. Alsof niemand van hen Duits kan lezen of niet bekend is met het populaire opschrift uit de concentratiekampen “Arbeit macht frei”. Misschien zou ook ikzelf geen aandacht hebben geschonken aan deze tekening, die ik waarschijnlijk al eerder had gezien en simpelweg beschouwd had als zijn uiterlijke verschijning of een bijzondere karaktertrek. Maar nu was alles anders. Nu is zij er. Als dit namelijk een provocatie is, die helpt om de bewoners van West-Oekraïne het opdringerig bijtende label “fascisten” op de mouw te spelden, waarom ontkracht hij dat nog steeds niet. Als wij het Joodse volk, dat altijd een onvervreemdbaar deel uitmaakte van de Oekraïense bevolking, niet respecteren, kunnen we dan in ieder geval respect opbrengen voor elkaar. In de concentratiekampen zaten immers niet alleen Joden.* Ik denk dat zolang wij de geschiedenis van de Joden niet gedeeltelijk als onze eigen geschiedenis accepteren, dat wil zeggen als de geschiedenis van de mensheid, zullen ons niet van haar kunnen ontdoen. Al waren het alleen maar gesprekken over het feit hoezeer zij ons allen tegenstaat. Zij is namelijk zeer sluw en beschikt over een veelvoud aan krijgslisten, niet altijd te onderscheiden voor het ongetrainde oog. Ze weet, dat kreng, hoe ze ons allemaal op moet hitsen. Ze heeft zo’n invloed op hem kunnen hebben, hem zo kunnen veranderen. Zij is namelijk OORLOG.

Het zou goed voor me zijn met hem te praten, maar ik kom er niet uit. Ik ben nog steeds bang hem te verliezen. In plaats daarvan sluit ik me op in een kamer en schrijf. Ik zet mijn ondervindingen op papier. Ik hoop toch dat hij zo gastvrij en liefelijk wordt als eerst. Ik hoop dat zij uiteindelijk verdwijnt en ons de lang verwachtte rust gunt. Misschien moeten we hem nu helpen, elkaar helpen. Hem niet alleen terugbrengen ten dienste van mij en anderen zoals ik, maar voor ons allemaal, ten behoeve van onze liefde voor hem. Hij, Lviv, dat zijn wij namelijk met z’n allen, zijn vrijwillige en onvrijwillige bewoners.

Daar is helemaal niet veel voor nodig – om een Mens te zijn.

 

Translated by Thomas de Ridder

_______________________

* „The extermination program that was started in the autumn of 1941 ran, as it were, on two altogether different tracks. One track led to the gas factories, and the other to the Einsatzgruppen, whose operations in the rear of the Army, especially in Russia, were justified by the pretext of partisan warfare, and whose victims were by no means only Jews. In addition to real partisans, they dealt with Russian functionaries, Gypsies, the asocial, the insane, and Jews. Jews were included as “potential enemies,” and, unfortunately, it was months before the Russian Jews came to understand this, and then it was too late to scatter.”

Hannah Arendt, Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil (New York 1994: Penguin Books) 106.

Comment section

Залишити відповідь

Ваша e-mail адреса не оприлюднюватиметься. Обов’язкові поля позначені *

Цей сайт використовує Akismet для зменшення спаму. Дізнайтеся, як обробляються ваші дані коментарів.

arrow-pointing-downcaret-down